De appels zijn nog niet op. Een gedeelte is in de crumble gegaan, een gedeelte wordt met de hand genuttigd, een gedeelte is verwerkt tot heerlijke verse appelmoes, een gedeelte is verrot en weggegooid. En nog steeds lacht een grote gemengde hoeveelheid appels me toe. Eet me, eet me, ik ben zo rijp…
Vluchten kan niet meer. Het weekend staat voor de deur en dat ziet er op het eerste oog tamelijk druk en buitenshuis uit. Dus dan maar vrijdagmiddag even snel iets met die appels maken. In een grote hoeveelheid, want de buren willen meegenieten van de baksels en de appelhoeveelheid moet slinken. Boek drie is nog niet aan bod geweest: Het complete Ijs & Desserts boek heet het. Aan de titel zal het niet liggen. Al die andere boeken zouden, volgens de auteurs van dit standaardwerk, dus eigenlijk overbodig zijn? Wij menen van niet.
‘De schoonheid van dit dessert ligt in zijn eenvoud’ – dat zal wellicht gelden voor het uiterlijk. Dit tot stand brengen, in een wat grotere hoeveelheid dan het recept voorschrijft, brengt wel wat complexiteit met zich mee. In ruimte bijvoorbeeld. Het hele aanrecht staat vol met bakplaten en lapjes bladerdeeg. En gesneden appeltjes. Ik vorm in mijn eentje een kleine lopende band. Daar zit dan ook wel de lol in. Had ik maar een bijbehorend schortje en mooi wit papieren mutsje op ‘t hoofd…
Het geheim van de appelgalettes zit in de amandel – boter combinatie waar de schijfjes appel op liggen. En de abrikozenjam over de appel heen zorgt voor een mooi stralend uiterlijk. Eenmaal in de oven blaast het bladerdeeg zich prachtig goudbruin op. Resultaat: heel Frans aandoende gebakjes.
Wij eten er ijs bij. Wat is zo’n warm koud mix toch altijd onweerstaanbaar. Uiterlijk vindt de familie het geslaagd, maar de bladerdeeg – amandel – appelcombinatie wordt wel wat zwaar gevonden. En dat klopt. Maar van de buren mag ik voortaan elk weekend de toetjes verzorgen. Kijk, zo hoor ik het graag!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten